Olympische gedachte bij
herinrichting oevergebied Schinkel

Aan de zuidzijde van Amsterdam bouwt stadsdeel Oud-Zuid de komende 10 jaar rondom het gerestaureerde Olympisch Stadion aan een compleet nieuwe stadswijk. Voor de bouw van ruim 900 woningen moet een oude tennishal – het Frans Otten Stadion – verplaatst worden. Tegelijkertijd wil men bij het IJsbaanpad en op een eilandenreeks tussen de rivier de Schinkel en de Stadiongracht een recreatiegebied inrichten; de Schinkeleilanden. Een mooie gelegenheid om een aantal wensen van het stadsdeel te combineren.

In het gebied rondom het IJsbaanpad zijn momenteel enige voetbalverenigingen en tennisbanen gevestigd. Door deze samen te voegen en te verplaatsen naar elk een ‘eigen’ eiland, komt ruimte vrij om de overige Schinkeleilanden als een stadspark te ontwikkelen. Ook wil het stadsdeel de spoordijk langs de Schinkel opnemen in de groene fietsverbinding tussen het Vondelpark en het Amsterdamse Bos. Tevens zijn de verplaatsing van een jachthaven en een mogelijke uitbreiding van een woonbootlocatie in het plan opgenomen. Een geotechnisch en geohydrologisch complex project dus, mede door de verschillende open waterpeilen in het gebied. Daarnaast vormt het IJsbaanpad een waterkering, waarin enkele zware waterleidingen liggen die een stabiele gronddruk nodig hebben.


Het meest zuidelijke eiland krijgt de naam ‘Tenniseiland’: hier komt naast Sport Park Zuid het nieuwe Frans Otten Stadion voor tennis en squash. Meteen ten noorden van het IJsbaanpad komt het ‘Voetbal-eiland’ waar een aantal voetbalverenigingen onderdak krijgt. Beide eilanden zijn voor auto’s bereikbaar. De nog noordelijker gelegen ’Parkeilanden’ worden alleen bereikbaar voor voetgangers en fietsers.
Fugro is in eerste instantie gevraagd geohydrologische en geotechnische adviezen voor het definitieve ontwerp van het Tenniseiland te geven. Drs. Mirja Baneke, Projectleider Adviesgroep Stedelijke Hydrologie en Waterbeheer van Fugro Ingenieursbureau: ‘Voor stedelijk gebied bestaan bepaalde eisen aan de hoogte van de grondwaterstand, omdat je anders wateroverlast of juist verdroging krijgt. Wij moesten onder andere bekijken of het open waterpeil – dat mede de hoogte van de grondwaterstand bepaalt – wel paste bij de gewenste inrichting van het gebied. Verder hebben wij de circulatie van het open water en de stabiliteit van de dijkoevers in samenhang met de grondsoort en de voorgestelde beplanting van de dijken bekeken.’ Peter Spaander, (deel)projectleider Schinkeleilanden voor stadsdeel Amsterdam Oud-Zuid: ‘Voor een volgende fase van het project, de aanleg van de Parkeilanden, is Fugro al in een veel vroeger stadium bij de planvorming betrokken. Er is een ontwerpteam samengesteld waarin – naast medewerkers van het stadsdeel, het Projectmanagementbureau en landschapsarchitect Buro Sant en Co – ook Fugro zitting heeft. Op deze wijze krijgen wij in een vroeg stadium inzicht in de geotechnische en -hydrologische aspecten van bepaalde inrichtingswensen en kunnen sommige alternatieven al meteen terzijde worden gelegd. Hiermee bespaar je een hoop tijd en energie en dus geld.’ Mirja Baneke: ‘Ons is een aantal vragen gesteld over de geotechnische, geohydrologische en milieukundige randvoorwaarden van het ontwerp voor de Schinkeleilanden. Voorbeelden hiervan zijn de stabiliteit van de grondophogingen en de zettingen die ze teweeg kunnen brengen. Verder is het belangrijk goed naar de grondbalans in het gebied te kijken. Voor het aanleggen en ophogen van de eilanden is nogal wat grond nodig, die uiteraard het liefst uit de directe omgeving zou moeten komen. Er moet onderzocht worden hoeveel grond nodig is, hoeveel grond ter plekke vrijkomt bij de herinrichtingswerkzaamheden, in hoeverre dit vervuilde grond kan betreffen en hoe je deze grond op de meest efficiënte manier tóch kunt gebruiken. De grondsoort die wordt toegepast op een bepaalde locatie heeft – samen met de hoogte van het terrein en de inrichting – weer invloed op de waterhuishouding van het gebied. Als je deze zaken tevoren in

kaart brengt, kun je een optimaal ontwerp opstellen.’
Peter Spaander: ‘Er is hier in de loop van de jaren nogal wat vervuilende economische activiteit geweest, waaronder lozingen van olie en verfdeeltjes in het water en op de oevers. We wisten dat het ontwerp dus gevoelig lag ten aanzien van de ondergrond. Je moet er in verband met het nieuwe Bouwstoffenbeleid voor zorgen dat je niet in een zeer late fase van een ontwerp opeens allerlei vervelende verontreinigingen ontdekt. Het advies van Fugro bepaalt daarom in grote mate hoe de nieuwe eilanden eruit gaan zien. Ons
primaire doel is uiteraard het laten slagen van een project. Daarom schakel je bij dit soort complexe ontwerpen op bepaalde terreinen adviesbureaus in. Je bent met iets nieuws en onbekends bezig en hebt behoefte aan adequate informatie. Maar ook als bijvoorbeeld onze vraagstelling niet zou kloppen, verwacht ik van een adviesbureau dat ze dat signaleren en een oplossing aandragen.’
Mirja Baneke: ‘Deze projectaanpak van stadsdeel Amsterdam Oud-Zuid is prima. Je ziet vaak dat men mooie plannen ontwikkelt en te snel begint met de uitvoering. Als je dan in een later stadium bijvoorbeeld bedenkt dat je “nog iets met water” wilt, is het vaak al te laat. Bij de Schinkeleilanden zal dat niet gebeuren!’
Peter Spaander: ‘Als dit project is afgerond, is het echt een sieraad voor Amsterdam. Van een rafelrand aan de stad hebben we van de Olympische buurt een compleet en hoogwaardig leefgebied gemaakt, met een sterk sportieve en recreatieve inslag. De wedergeboorte van het gebied sluit prima aan bij de sportieve beginselen die destijds ten grondslag lagen aan de bouw van het Olympisch Stadion op deze plek.’ Peter Spaander, (deel)projectleider Schinkeleilanden voor stadsdeel Amsterdam Oud-Zuid: ‘Voor een volgende fase van het project, de aanleg van de Parkeilanden, is Fugro al in een veel vroeger stadium bij de planvorming betrokken. Er is een ontwerpteam samengesteld waarin – naast medewerkers van het stadsdeel, het Projectmanagementbureau en landschapsarchitect Buro Sant en Co – ook Fugro zitting heeft. Op deze wijze krijgen wij in een vroeg stadium inzicht in de geotechnische en -hydrologische aspecten van bepaalde inrichtingswensen en kunnen sommige alternatieven al meteen terzijde worden gelegd. Hiermee bespaar je een hoop tijd en energie en dus geld.’ Mirja Baneke: ‘Ons is een aantal vragen gesteld over de geotechnische, geohydrologische en milieukundige randvoorwaarden van het ontwerp voor de Schinkeleilanden. Voorbeelden hiervan zijn de stabiliteit van de grondophogingen en de zettingen die ze teweeg kunnen brengen. Verder is het belangrijk goed naar de grondbalans in het gebied te kijken. Voor het aanleggen en ophogen van de eilanden is nogal wat grond nodig, die uiteraard het liefst uit de directe omgeving zou moeten komen. Er moet onderzocht worden hoeveel grond nodig is, hoeveel grond ter plekke vrijkomt bij de herinrichtingswerkzaamheden, in hoeverre dit vervuilde grond kan betreffen en hoe je deze grond op de meest efficiënte manier tóch kunt gebruiken. De grondsoort die wordt toegepast op een bepaalde locatie heeft – samen met de hoogte van het terrein en de inrichting – weer invloed op de waterhuishouding van het gebied. Als je deze zaken tevoren in kaart brengt, kun je een optimaal ontwerp opstellen.’
Peter Spaander: ‘Er is hier in de loop van de jaren nogal wat vervuilende economische activiteit geweest, waaronder lozingen van olie en verfdeeltjes in het water en op de oevers. We wisten dat het ontwerp dus gevoelig lag ten aanzien van de ondergrond. Je moet er in verband met het nieuwe Bouwstoffenbeleid voor zorgen dat je niet in een zeer late fase van een ontwerp opeens allerlei vervelende verontreinigingen ontdekt. Het advies van Fugro bepaalt daarom in grote mate hoe de nieuwe eilanden eruit gaan zien. Ons
primaire doel is uiteraard het laten slagen van een project. Daarom schakel je bij dit soort complexe ontwerpen op bepaalde terreinen adviesbureaus in. Je bent met iets nieuws en onbekends bezig en hebt behoefte aan adequate informatie. Maar ook als bijvoorbeeld onze vraagstelling niet zou kloppen, verwacht ik van een adviesbureau dat ze dat signaleren en een oplossing aandragen.’
Mirja Baneke: ‘Deze projectaanpak van stadsdeel Amsterdam Oud-Zuid is prima. Je ziet vaak dat men mooie plannen ontwikkelt en te snel begint met de uitvoering. Als je dan in een later stadium bijvoorbeeld bedenkt dat je “nog iets met water” wilt, is het vaak al te laat. Bij de Schinkeleilanden zal dat niet gebeuren!’
Peter Spaander: ‘Als dit project is afgerond, is het echt een sieraad voor Amsterdam. Van een rafelrand aan de stad hebben we van de Olympische buurt een compleet en hoogwaardig leefgebied gemaakt, met een sterk sportieve en recreatieve inslag. De wedergeboorte van het gebied sluit prima aan bij de sportieve beginselen die destijds ten grondslag lagen aan de bouw van het Olympisch Stadion op deze plek.’