Combinatie milieukundig en archeologisch bodemonderzoek levert besparingen op

In 1998 heeft Nederland het Verdrag van Malta geratificeerd. De bedoeling van dit uit 1992 stammende Europese verdrag is het waarborgen van het behoud en de bescherming van cultureel erfgoed. De wetgeving is in 2002 geïmplementeerd in de Leidraad Bodembescherming.

Door de invoering van de regelgeving worden projectontwikkelaars en adviseurs gedwongen rekening te houden met het ‘bodemarchief’. Dit zijn archeologische waarden die zich in de bodem kunnen bevinden. Uitgangspunt van de wetgeving is dat degene die archeologische waarden verloren laat gaan, de kosten moet dragen. De te verrichten werkzaamheden zullen vroegtijdig in de (ruimtelijke) planvorming meegenomen moeten worden, waarbij verwachte projectkosten goed tegen elkaar kunnen worden afgewogen.
Globaal bestaat een archeologisch onderzoek uit drie fases:

- Het vooronderzoek (meestal een bureau-onderzoek), waarbij aan de hand van bestaande bronnen informatie wordt verzameld.

- Het inventariserend veldonderzoek, waarbij o.a. met behulp van boringen, weerstandsmetingen, grondradar, chemische analyses en GPS de locatie onderzocht wordt op de aanwezigheid van archeologische waarden.

- Archeologische opgravingen, waarbij o.a. sleuven en putten worden gegraven.

Met name het inventariserend archeologisch veldonderzoek kan uitstekend gecombineerd worden met een aantal milieukundige en geotechnische disciplines, die Fugro aanbiedt aan opdrachtgevers. Deze integrale aanpak levert belangrijke prijstechnische voordelen op.

 

Zo heeft Fugro in december 2002 in nauwe samenwerking met het Archeologisch Diensten Centrum (ADC) op een perceel in Buren een dergelijk archeologisch onderzoek verricht in combinatie met een verkennend milieukundig bodemonderzoek. Beide onderzoeken dienden op verzoek van het bevoegd gezag volgens de bestaande richtlijnen te worden uitgevoerd. Nadat het ADC het bureau-onderzoek voor zijn rekening had genomen, zijn de veldwerkzaamheden voor het archeologisch onderzoek gecombineerd met het milieukundig veldwerk uitgevoerd. De grondmonsters zijn hierbij zowel gebruikt voor het milieukundig als het archeologisch onderzoek. Deze efficiënte en klantgerichte aanpak leverde de opdrachtgever maatwerk en een uiteindelijke kostenbesparing op. Op de onderzoekslocatie in Buren zijn geen archeo-logische waarden of milieuverontreinigingen aangetroffen, zodat het perceel vrijgegeven kan worden voor de geplande nieuwbouw.