Nationaal overzicht van bodemsaneringen in de maak

Om inzicht te krijgen in hoeveel en welke bodemsaneringen de komende 20 jaar nog moeten worden uitgevoerd, is het Ministerie van VROM het project ‘Landsdekkend beeld bodem’ begonnen. Een bijkomend doel van dit project is de monitoring van de lopende bodemsaneringsoperaties. Gemeenten en provincies moeten de informatie over de status van bodemonderzoeken en eventuele saneringen gaan aanleveren. Het Ingenieursbureau van Gemeentewerken Rotterdam gaat deze taak uitvoeren voor het bestuurlijke gebied van de Maasstad.

Op basis van de aangeleverde gegevens maakt het Ministerie ramingen van het benodigde budget voor de aanpak van ‘urgente’ locaties voor perioden van 5 jaar. De voorbereidende werkzaamheden moeten in januari 2004 zijn afgerond.

Een belangrijk onderdeel van de werkzaamheden van Gemeentewerken is het zogenoemde ‘10 kB-project’, dat zijn naam ontleent aan het feit dat het om zo’n 10.000 rapporten gaat. Speciaal voor dit project zijn een geografisch computerprogramma en een protocol ontwikkeld. Hiermee kunnen gegevens uit oude bodemonderzoeken en beoordelingen van de toetsingscommisie in een database (genaamd ‘10 kB’) worden gekoppeld aan gegevens uit een bestand van historische bedrijfsinformatie.

Op deze wijze kan eenvoudig onderzocht worden of bepaalde bedrijfsactiviteiten hebben geleid tot aantoonbare bodemverontreiniging. Ook kan op basis van bepaalde landelijke kentallen – de zogenoemde NSX-scores – een overzicht worden gemaakt van de kans op verontreiniging op terreinen waar nog géén of onvolledig bodemonderzoek heeft plaatsgevonden. Een landelijk ontwikkeld kostenmodel biedt het bevoegde gezag via de totale database inzicht in de werkvoorraad en het budget dat nodig is voor de aanpak van locaties.

Twee adviseurs van Fugro Ingenieursbureau hebben van mei tot september 2003 leiding gegeven aan de teams van rapport-verwerkers. De belangrijkste taken waren het controleren van de verwerkte rapporten en het begeleiden van de operators. Gebleken is dat bepaalde zaken voor verschillende uitleg vatbaar waren, ondanks een duidelijk beoordelings- en invoerprotocol. Dit leidde tot verschillen in interpretatie van de gegevens en tot verschillende verwerkingswijzen in de 10 kB-database. Er is dus eerst voor gezorgd dat de interpretatie door de verwerkers gelijkluidend werd. Een ruime steekproef (ongeveer 1/3 van het totaal) gaf aan dat de foutmarge sindsdien flink kleiner is dan 10%.

Het project heeft de ervaring van Fugro Ingenieursbureau met de werkprocessen van de betrokken overheden, het begeleiden van verwerkingsteams en het werken met omvangrijke geografie-georiënteerde databases op een hoger niveau gebracht. De opgetreden problemen, de ontwikkelde oplossingen en de overige ervaringen worden inmiddels dankbaar gebruikt bij andere ‘landsdekkend beeld-projecten’, zoals bij de provincie Utrecht.

Voor meer informatie:
C. Schoorl, 070 - 311 13 63, c.schoorl@fugro.nl