Zuivering en infiltratie van afstromend wegwater

Regenwater dat van autowegen afstroomt bevat meestal een verhoogde mate van verontreinigingen zoals minerale olie, zware metalen en polycyclische aromatische koolwaterstoffen – de zogenoemde PAK’s. In grondwaterbeschermingsgebieden kan dit afstromende wegwater een gevaar zijn voor de kwaliteit van bodem- en grondwater. De provincie Noord-Brabant heeft daarom voorschriften opgesteld, die verbonden zijn aan het verlenen van een ontheffing voor de aanleg of reconstructie van autowegen. Hierin is omschreven hoe men moet omgaan met afstromend water van wegen
in grondwaterbeschermingsgebieden.

In eerste instantie moet afstromend wegwater altijd worden afgevoerd via een apart rioolsysteem, waarna het water buiten de beschermingszone geïnfiltreerd wordt. In gevallen waarbij afvoer tot buiten de zone technisch niet haalbaar of onevenredig duur is, mag men het wegwater binnen de beschermingszone infiltreren. In grondwaterbeschermingsgebieden is het dan noodzakelijk het wegwater eerst te zuiveren. In opdracht van de Provincie Noord-Brabant heeft Fugro Ingenieursbureau een handreiking opgesteld, die de wegbeheerder ondersteunt bij het uitzoeken van de meest geschikte infiltratie- en zuiveringsvoorzieningen voor een specifieke locatie.

De belangrijkste selectiecriteria hebben betrekking op de verkeersintensiteit, de inrichting en het verhang van de wegberm, de bodemgesteldheid en de grondwaterstanden. Voor deze factoren is onderzocht op welke wijze zij
de keuze voor een bepaalde infiltratie- en zuiveringsvoorziening beïnvloeden.

Er zijn veel verschillende infiltratie- en zuiveringstechnieken op de markt, allemaal met specifieke toepassingsvoorwaarden. Fugro heeft een overzicht opgesteld van deze voorzieningen waarbij steeds de relatie is gelegd met de eigenschappen van het wegtracé. Ook is aangegeven binnen welke voorwaarden een effectieve toepassing van de voorziening mogelijk is.

Verder bevat de handreiking een stroomschema waarmee de wegbeheerder eenvoudig kan bepalen welke infiltratie- en zuiveringsvoorziening in zijn specifieke situatie naar verwachting geschikt is. Voor het hanteren van het schema is geen gedetailleerde kennis nodig van bodemeigenschappen of (geo)hydrologische principes. Enkele gegevens met betrekking tot de bodem, het grondwater en de inrichting van de weg volstaan. Deze kunnen relatief eenvoudig worden verzameld via bijvoorbeeld handboringen of het raadplegen van literatuur en beschikbare tekeningen. Op deze wijze selecteert de wegbeheerder zelf de meest geschikte (combinaties van) infiltratie- en zuiveringsvoorzieningen, op basis van de kenmerken van het desbetreffende wegtracé. Omdat veel voorzieningen voor het zuiveren en infiltreren van afstromend wegwater in de praktijk nog weinig zijn toegepast, adviseert Fugro in dit geval altijd een monitoringsprogramma op te stellen om de kwaliteit van de bodem en het grondwater in de omgeving van wegen in de gaten te kunnen houden.

Voor meer informatie:
M. Baneke, 070 - 311 11 56, m.baneke@fugro.nl